Wat is Cerebrale hemiparese?

Share it with your friends Like

Thanks! Share it with your friends!

Close

Wat is Cerebrale hemiparese?

Kans op Cerebrale Parese (CP) voor de geboorte

Parese betekent gedeeltelijke onvolledige verlamming, spierzwakte  (komt uit het Grieks en betekent zwakte). Cerebraal betekent van de hersenen.

Bij cerebrale parese zijn de hersenen niet in staat de juiste spanning aan de spieren door te geven en ze onderling op de goede manier te laten samenwerken.

Er is een verhoogde kans op het krijgen van cerebrale parese CP, bij het kindje door:

  • aangeboren afwijkingen
  • infectie in de baarmoeder (intra uteriene infectie)
  • cytomegalovirus CMV (herpesvirus) waardoor cytokinen verhoogd raken met kans op CP
  • waterpokken waardoor cytokinen verhoogd raken met kans op CP
  • rubella rode hond waardoor cytokinen verhoogd raken met kans op CP
  • urinweginfectie bij de zwangere waardoor cytokinen verhoogd raken met kans op CP
  • hoge koorts bij de zwangere waardoor cytokinen verhoogd raken met kans op CP
  • toxoplasmose (infectie)
  • sikkelcel aandoeningen waardoor de hersenen van het kindje te slecht worden doorbloed
  • infectie van de foetale membranen (chorioamnionitis) meestal ten gevolge van een langdurende bevalling
  • te hoog foetaal bilirubinegehalte
  • abnormale hersenontwikkeling als gevolg van infecties bij de zwangere of veranderingen in de genen
  • meerlingen zwangerschap
  • moederkoek afwijkingen (placenta afwijkingen)
  • vroeggeboorte  (prématuur)
  • herseninfarct of hersenbloeding voor de geboorte
  • foetale bloedarmoede bijvoorbeeld door foliumzuurgebrek van de zwangere
  • vruchtbaarheidsbehandelingen kunnen leiden tot laag geboortegewicht, waardoor het risico op cerebrale parese toegenomen lijkt
  • genetische afwijkingen
  • drugs– of medicijngebruik bij de zwangere.

Cerebrale Parese is een groep blijvende stoornissen in de ontwikkeling van houding en beweging die aan niet-progressieve, in de foetale of zuigelingenfase ontstane, hersenafwijkingen worden toegeschreven en die leiden tot beperking (ENCYCL-Beperking) van activiteit.

Behalve de motorische stoornissen zijn er vaak ook stoornissen van de sensibiliteit, perceptie – vooral via oog en oor, dus horen en zien, cognitie, communicatie en gedrag, alsook epilepsie en secundaire problemen van spierstelsel en skelet” (Rosenbaum et al., 2007).

Andere aandoeningen voor de geboorte:

  • Rhesusantagonisme (een rhesusnegatieve zwangere verwacht een rhesuspositief kindje van een vader met rhesuspositief bloed). Het bloed van de moeder met de rhesusantilichamen kan de rode bloedcellen van de baby afbreken waardoor het kindje bloedarmoede krijgt in de baarmoeder. De afgebroken bloedcellen geven bilirubine af waardoor de hersenen beschadigd kunnen worden van het kindje. Als tijdig ontdekt wordt dat het bilirubine-gehalte stijgt (middels een vruchtwaterpunctie), kan ingegrepen worden met RH-immunoglobuline injectie of een bloedtransfusie van het kindje voor de geboorte via de navelstreng. Zo’n bloedtransfusie wordt om de twee weken herhaald en rond de 33e zwangerschapsweek zal de bevalling worden opgewekt.
  • Bloedvatafwijkingen, zoals een misvorming (AVM), aneurysma, verzwakte bloedvaten die kunnen leiden tot een hersenbloeding voor de geboorte van het kindje.
  • Meningoencefalitis (ontsteking van de hersenen en hersenvliezen) door rode hond (rubella) van de zwangere.
  • Goedaardige tumoren die in embryonale cellen ontstaan, kunnen al voor de geboorte aanwezig zijn. (Zie pagina primaire hersentumoren)
  • Microcefalie (te kleine omvang van de schedel waardoor de hersenen zich niet kunnen ontwikkelen), door rode hond (rubella) van de zwangere of door een genetische afwijking (WDR62 gen en andere genen), door een verbening van de schedel die te vroeg plaatsvindt (craniosynostosis), door stofwisselingsziekten of bepaalde infecties tijdens de zwangerschap.
  • Foetaal alcoholsyndroom FASD. Als de zwangere alcohol drinkt riskeert zij een hersenbeschadiging bij het kindje.
    De alcohol komt via de bloedbaan van de zwangere door de placenta

    (moederkoek) in de bloedbaan van de ongeboren baby terecht. De hersenen van de ongeborene zijn volop in ontwikkeling en het giftige alcohol is een regelrechte bedreiging.

  • Syndroom van Dandy-Walker, verkleinde kleine hersenen (cerebellum), vochtophoping in de nabijheid van de kleine hersenen en een vergroot vierde hersenkamer (ventrikel). Ook ontbreek het vermis (vermis cerebelli) dat in het midden van de kleine hersenen ligt en de overgang vormt van de hersenen naar het beenmerg. Dit vermis moet zorgen voor controle van bewegingen. De schedelgrootte zal toenemen. Oorzaken kunnen rode hond tijdens de zwangerschap zijn en alcoholgebruik bij de zwangere maar ook een genafwijking kan aan dit syndroom ten grondslag liggen. (ZIC1-genZIC4-genFOXC1-gen). Een klein aantal kinderen met het syndroom van Dandy-Walker heeft zes tenen of zes vingers of meer (polydactylie) of de tenen of vingers zijn aan elkaar gegroeid (syndactylie). Verdere kenmerken kunnen zijn: ademhalingsproblemen, waterhoofd, schokkerige oogbewegingen, ontwikkelingsachterstand en bij een zesde van de kinderen met dit syndroom komen epileptische aanvallen voor.
  • Holoprosencefalie, Het voorste deel van de hersenen is slecht ontwikkeld of ontbreekt. Er is geen of onvoldoende scheiding tussen de linker en rechter hersenhelft. Daardoor zijn er midden in het gelaat en in de schedel misvormingen. Een oog of neus of neusgat kan ontbreken. Een gespleten lip kan optreden en zo zijn er meer uitingsvormen.
  • Corticale dysplasie, de opbouw van de hersenschors is anders dan normaal.
  • Septo-optische dysplasie, (syndroom van Morsier) een ontwikkelingsachterstand van de oogzenuw en van de hypofyse en het vlies tussen de voorste hersenkamers (septum pellucidum).
  • Neurale Buis Defecten (NBD), de structuur waaruit later de hersenen en het ruggenmerg ontstaan wordt vroeg in de embryonale fase niet goed aangelegd.Dit kan leiden tot:
    • open ruggetje (spina bifida)
    • (bijna) ontbreken van de grote hersenen (anencefalie) ofwel open schedeltje.

Neurale buisdefecten (NBD) kunnen voor ongeveer 60% voorkomen worden door foliumgebruik  vanaf vier weken voorafgaande aan de zwangerschap te slikken tot en met de 10e week na de laatste menstruatie. Andere oorzaken zijn suikerziekte bij de aanstaande moeder die al voorafgaand aan de zwangerschap aanwezig was en chromosomale afwijkingen. Het 13e chromosoom komt driemaal voor in plaats van tweemaal.

Cerebrale Parese / CP

Wat betekent het?

Parese betekent gedeeltelijke onvolledige verlamming, spierzwakte  (komt uit het Grieks en betekent zwakte). Cerebraal betekent van de hersenen.

Bij cerebrale parese zijn de hersenen niet in staat de juiste spanning aan de spieren door te geven en ze onderling op de goede manier te laten samenwerken.

Dat zie je bij spasticiteit.

Cerebrale parese, ook wel cerebrale palsy of spasticiteit genoemd, is een ontwikkelingsstoornis die gekenmerkt wordt door motorische stoornissen (onder andere spasmes en krampachtig bewegen). Een intellectuele achterstand en epileptische aanvallen komen ook vaak voor.

Niet aangeboren of aangeboren?

Cerebrale parese ontstaat vaak in de zwangerschap waardoor er een discussie ontstaan is of deze vorm van hersenbeschadiging tot de Niet Aangeboren hersenletsels hoort.

De oorzaken verschillen.

Er is een verhoogde kans op het krijgen van cerebrale parese CP, bij het kindje door:

  • aangeboren afwijkingen
  • infectie in de baarmoeder (intra uteriene infectie)
  • cytomegalovirus CMV (herpesvirus) verhoogt cytokinen met kans op CP
  • waterpokken verhoogt cytokinen met kans op CP
  • rubella rode hond verhoogt cytokinen met kans op CP
  • urinweginfectie bij de zwangere verhoogt cytokinen met kans op CP
  • hoge koorts bij de zwangere verhoogt cytokinen met kans op CP
  • toxoplasmose (infectieziekte)
  • infectie van de foetale membranen (chorioamnionitis) meestal ten gevolge van een langdurende bevalling
  • te hoog foetaal bilirubinegehalte
  • meerlingen zwangerschap
  • moederkoek afwijkingen (placenta afwijkingen)
  • vroeggeboorte  (prématuur)
  • herseninfarct of hersenbloeding voor de geboorte
  • foetale bloedarmoede bijvoorbeeld door foliumzuurgebrek van de zwangere
  • vruchtbaarheidsbehandelingen kunnen leiden tot laag geboortegewicht, waardoor het risico op cerebrale parese toegenomen lijkt
  • genetische afwijkingen
  • maar ook drugs of medicijngebruik bij de zwangere.

Ook zuurstofgebrek in de baarmoeder of zuurstoftekort bij het kind tijdens de weeën, vaak bij een moeilijke bevalling, kan cerebrale parese tot gevolg hebben. Zie pagina zwangerschapscomplicaties.

Cerebrale parese kan ook ontstaan in de vroege kindertijd, door een hersenvliesontsteking of  hoofdletsel. Dan is het Niet Aangeboren Hersenletsel. De discussie onder welke noemer letsel valt, aangeboren of niet aangeboren, is niet zo relevant. Het gaat erom dat de mensen die lijden aan dit soort hersenletsel vaak tussen de wal en het schip raakt.

Kenmerken

Bij een cerebrale parese zijn er houdings- en bewegingsstoornissen en vaak ook stoornissen in de gevoelsgewaarwording, communicatie en het gedrag.

Door beschadiging van de hersengedeelten die de spieren aansturen, is er sprake van een gedeeltelijke verlamming (parese) die in ernst kan verschillen.

Hierdoor kunnen spieren niet normaal gebruikt worden en zijn lichaamsbewegingen beperkt.

Vaak zijn er bij een cerebrale parese ook stoornissen van het gezichts- en spraakvermogen en van het gehoor.

Ook kunnen er leermoeilijkheden zijn, epilepsie en/of een achterstand in de geestelijke ontwikkeling.

Samenvatting:

  • houdings- en bewegingsstoornissen
    • ataxie, moeite met coördineren van bewegingen
    • athetose, voortdurende krampachtige buigen en strekken van vingers en tenen
    • dystonie, spierspanning in ledematen is ontregeld
    • hypotonie, te lage spierspanning
    • spasticiteit, ledematen verkrampen of verstijven
  • gedeeltelijke verlamming verschillend in ernst
  • stoornissen in gevoelsgewaarwording
  • stoornissen in communicatie
  • stoornissen in gedrag
  • gezichtsvermogen kan aangetast zijn, CVI
  • spraakvermogen kan aangetast zijn
  • er kunnen leermoeilijkheden zijn
  • epilepsie komt voor
  • achterstand in ontwikkeling

  • 50% van de mensen met cerebrale palsy is spastisch (men kan de ledematen niet bewegen)
  • 25% van de mensen met cerebrale palsy heeft last van athetose
  • 10% heeft last van stijfheid rond de gewrichten
  • 10% heeft moeite vrijwillige bewegingen te maken

Drie hoofdtypen

Bij sommige kinderen kunnen de verschijnselen van meer dan één type tegelijk optreden.

  • spastische cerebrale parese

Bij dit meest voorkomende type zijn een of meer spiergroepen stijf, waardoor kinderen moeite hebben zich te verplaatsen of voorwerpen vast te pakken en los te laten.

  • dyskinetische cerebrale parese

Dit wordt veroorzaakt door beschadiging van de kleine hersenen (het cerebellum) en bepaalde gebieden in de grote hersenen die voor een normale lichaamshouding en coördinatie zorgen (de nuclei basales).

Bij dit type cerebrale parese maakt het lichaam onbewuste en doelloze   bewegingen, ook in rust, waardoor spreken, slikken, eten en het vastpakken van voorwerpen worden bemoeilijkt. Door de lage spierspanning (slappe spieren) kunnen deze kinderen slecht zitten en lopen.

  • atactische cerebrale parese

Dit is een zeer zeldzaam voorkomende vorm waarbij  het evenwichtsgevoel en het vermogen om diepte in te schatten aangetast zijn.

Kinderen met dit type cerebrale parese staan wankel op hun benen en zetten de voeten abnormaal wijd uit elkaar bij het lopen. Het verrichten van taken waarbij fijne motoriek is vereist, zoals schrijven en kleine voorwerpen vasthouden, kost meer tijd en moeite dan bij gezonde leeftijdsgenoten.

Verschijnselen cerebrale parese

Bij een cerebrale parese is er sprake van een of meer van de volgende verschijnselen: trage reacties, prikkelbaarheid, slecht eten (moeite met zuigen en slikken), bevingen in armen en benen, abnormaal hoog huilen, toevallen (epilepsie), een ongebruikelijke lichaamshouding en afwijkende reflexen.

De verschijnselen van een cerebrale parese kunnen al bij de geboorte of kort daarna worden waargenomen, maar ontstaan soms later.

Als ouders merken dat hun kind moeite heeft met omrollen, kruipen, zitten, lopen of praten, is dat een reden voor verder onderzoek.

Comments

Comments are disabled for this post.